Broedproblemen oplossen

Ziehier enkele problemen die zich kunnen voordoen gedurende het broedproces. Bij ieder probleem
worden de mogelijke oorzaken geschetst en wat er tegen te doen valt.

Onbevruchte en heldere eieren

Ondervoede ouderdieren. Zorgen voor voldoende voedsel. Magere beesten vervangen door
krachtigere.
Te weinig hanen. Verhoog het aantal hanen.
Seizoensgebonden daling van de vruchtbaarheid . Vervang oude door jonge hanen.
Gebruik aan steriliteit. Vervang oude door jonge hanen.
Competitiestrijd tussen de hanen. Vermijd concurrentie tussen de hanen. Verminder het aantal
hanen. Partitioneer de hokken zodat de hanen gescheiden zijn.
Intense koude. Zorg voor voldoende isolatie aan de hokken.
Beschadigde eieren. Eieren vaker ophalen.
Eieren te lang of in slechte omstandigheden opgeslagen. Eieren bewaren op een koele plaats. Geen
eieren gebruiken van oude of zieke dieren.

Bloedringen in het ei

Slechte stockage. Eieren vaker ophalen en beter bewaren.
Ontoereikende incubatietemperatuur. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur.
Controleer de temperatuur in de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine
indien nodig.
Slecht gevoede ouderdieren. Voeding aanpassen.
Ontoereikende verluchting. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze gebruiken

Embryos dood in het ei tijdens de eerste dagen

Slecht gevoede ouderdieren. Voeding aanpassen. Ook magere dieren vervangen door krachtigere.
Ontoereikende incubatietemperatuur. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur.
Controleer de temperatuur in de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien
nodig.
Onvoldoende kering van de eieren. Controleer de eikering, eieren dienen minstens 2 keer per dag
gedraaid te worden.
Laag uitkomstpercentage. Vermijd te groot inteelt tussen fokken.
Ontoereikende verluchting, gebrek aan zuurstof. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze
gebruiken.
Ziekte bij de ouderdieren (salmonellose). De ouderdieren voorafgaan behandelen.

Embryos volledig gevormd, dood zonder aankippen

Ontoereikende incubatietemperatuur. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur.
Controleer de temperatuur in de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien
nodig.
Slecht gevoede ouderdieren. Voeding aanpassen.
Onvoldoende kering van de eieren. Controleer de eikering, eieren dienen minstens 2 keer per dag
gedraaid te worden.
Gemiddelde vochtigheidsgraad te laag. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort
toepassen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig.
De evolutie van de luchtkamer en het gewichtsverlies opvolgen teneinde de vochtigheid optimaal te
kunnen aanpassen.
Eieren waren te sterk afgekoeld voor het broedproces. Eieren regelmatig ophalen en in goede
omstandigheden bewaren.
Zieke ouderdieren. Identificeren en behandelen.

Eieren aangepikt maar kuiken geraakt niet uit ei

Ontoereikende verluchting, gebrek aan zuurstof. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze
gebruiken.
Vochtigheidsregeling niet juist. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort toepassen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig.
Vochtigheid te laag bij het uitkippen. De vochtigheid verhogen gedurende het kipproces.
Positie van de eieren is verkeerd. Plaats de eieren horizontaal of verticaal met de ronde kant naar
boven.
De eieren dienen regelmatig gedraaid behalve bij het uitkippen.

Bloeden bij het uitkippen

Eieren waren te sterk afgekoeld voor het broedproces. Eieren regelmatig ophalen en in goede
omstandigheden bewaren.
Temperatuur te hoog. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.

Uitkomst vertraagd of niet gelijktijdig

Slecht bewaarde eieren. Eieren regelmatig ophalen en in goede omstandigheden bewaren.
Temperatuur te laag. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Koudere en warmere plaatsen in de broedmachine. Controleer of deksel goed gesloten was.

Embryo’s kleven aan de ei-inhoud

Onvoldoende ventilatie. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze gebruiken.
Gemiddelde vochtigheidsgraad te hoog. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort
toepassen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig. De grootte van de
luchtkamer opvolgen om de optimale vochtigheidsgraad te bepalen.
Gemiddelde temperatuur te laag. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de
temperatuur in de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Lethal gen. Vermijd te groot inteelt tussen fokken.
Schimmels. Volg de aanbevelingen van ontsmetting van de eieren.
Embryo’s kleven aan de eischaal
Gemiddelde vochtigheidsgraad te laag. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort
toepassen. De grootte van de luchtkamer opvolgen om de optimale vochtigheidsgraad te bepalen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig.
Buitensporige ventilatie. Verminder deze maar opletten dat de embryo’s niet verstikken.

Misvormde kuikens

Slecht gevoede ouderdieren. Voeding aanpassen. Ook magere dieren vervangen door krachtigere.
Gemiddelde vochtigheidsgraad te laag. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort
toepassen. De grootte van de luchtkamer opvolgen om de optimale vochtigheidsgraad te bepalen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig.
Temperatuur te hoog. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Positie van de eieren is verkeerd. Plaats de eieren horizontaal of verticaal met de ronde kant naar
boven.
Onvoldoende kering van de eieren. Controleer de eikering, eieren dienen minstens 2 keer per dag
gedraaid te worden.
Erfelijkheid. Andere ouderdieren nemen.
Gladde vloer waar de kuikens op uitschuiven. Gaas of iets dergelijks op de grond leggen.

Zwakke, kleine of abnormale kuikens

Slecht gevoede ouderdieren. Voeding aanpassen. Ook magere dieren vervangen door krachtigere.
Schimmels. Eieren en broedmachine ontsmetten.
Gemiddelde vochtigheidsgraad te laag. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort
toepassen. De grootte van de luchtkamer opvolgen om de optimale vochtigheidsgraad te bepalen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine calibreren indien nodig.
Slechte ventilatie. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze gebruiken.
Temperatuur te hoog. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en calibreer de machine indien nodig.
Kleine eieren geven kleine kuikens. Gebruik bij voorkeur standaardgroottes..
Kuikens ademen moeilijk.
Slechte ventilatie. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze gebruiken.
Ziektes van de luchtkanalen. Ouderdieren controleren. Broedmachine en opfokkruimte
desinfecteren.

Natte kuikens, dood in de opfokruimte, slechte geur

Onvoldoende ventilatie. Ventilatiegaten op de voorgeschreven wijze gebruiken.
Temperatuur te laag. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Controleer de temperatuur in de incubator (thermostaat en thermometer) en pas deze zo nodig.
Infectie van de navel. Reinig de incubator en de bijbehorende accessoires na ieder broedproces.
Eieren ontsmetten voor het broedproces.

Ruwe of slecht dichtgegroeide navels

Temperatuur onjuist. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de temperatuur in
de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Controleer de temperatuur in de incubator (thermostaat en thermometer) en pas deze zo nodig.
Vochtigheidsgraad te hoog. De aanbevolen vochtigheidsregeling voor de soort toepassen.
De grootte van de luchtkamer opvolgen om de optimale vochtigheidsgraad te bepalen.
De vochtigheid testen met een vochtmeter en de machine kalibreren indien nodig.
Infectie van de navel. Reinig de incubator en de bijbehorende accessoires na ieder broedproces.
Eieren ontsmetten voor het broedproces.

Hoog sterftecijfer bij de kuikens

Gemiddelde vochtigheid te laag. Handhaven van de luchtvochtigheid aanbevolen voor deze soort
van vogels. Verifiëren en kalibreren van de hygrometer.
Volg de verhoging van de grootte van de luchtkamer om de optimale vochtigheid aan te passen.
De broedtemperatuur was te hoog. Controleer de aanbevolen incubatietemperatuur. Controleer de
temperatuur in de broedmachine met een thermometer en kalibreer de machine indien nodig.
Buitensporige ventilatie. Verminder deze maar opletten dat de embryo’s niet verstikken.
De kuikens bleven te lang in de broedmachine. Ze moeten er uit wanneer ze droog zijn en ten
laatste 24 uur na het uitkomen.