1. De ouderdieren.

De beste start maak je met gezonde en niet te oude hennen en een goede gezonde onverwante haan die jong en vitaal is. Er mogen e maximaal 5 hennen en 1 haan bij elkaar om zo te zorgen voor een goede bevruchting. Te weinig hennen bij een haan is niet goed, dat zou op den duur wel erg zwaar voor de hen zijn.
Na één keer treden kan een hen tot 2/3 weken bevruchte eieren leggen.  

2. Selecteren van broedeieren.

De eieren moeten een goede vorm hebben, zoals normale eieren. Te kleine, te grote en misvormde eieren vallen af.
Het grootste ei heeft een dubbele dooier

3. Vieze eieren

Vieze eieren kunnen beter niet gebruikt worden als broedei. Als je met de eieren wilt gaan broeden mag je ze niet wassen omdat je zo het beschermende laagje, dat van nature op het ei zit, verwijderd. Hierdoor krijgen bacteriën de kans om het ei van buiten af binnen te dringen, waarmee de kans op afsterven van het jonge kuiken vergroot wordt.

De broedeieren niet wassen is ook geen optie, de mest die op deze eieren zit kan ziekte kiemen bevatten waardoor de kuikens ziek kunnen worden.

4. Scheurtjes in de broedeieren

De broedeieren mogen geen scheurtjes of barstjes hebben want dan komen ze niet uit. Daarom het slim om ze voor het broeden te schouwen, zo kun je zien of er scheurtjes in de schaal zitten. Door deze selectie vallen slechte eieren af voor het broedproces ipv erna.
Dit kun je doen door in een donkere ruimte een schouwlamp tegen het ei te houden en aan alle kanten te kijken of er scheurtjes in de schaal zitten. Als je in de schaal een scheurtje ziet, kun je het ei niet meer als broedei gebruiken, want dan komt het niet meer uit.
Ei met zichtbare beschadigingen

De schuurtjes in dit ei zie je met het blote oog niet

5. Broedeieren merken

Als je broedeieren wilt merken zodat je bijvoorbeeld weet van welke foktoom de eieren zijn en hoe oud ze zijn, dan kun je dit altijd het beste met een potlood doen op de stompe kant van het ei (waar de luchtzak in het ei zit). De inkt uit stiften en pennen kan giftig zijn doordat het in het ei trekt vanwege de poreuze schil.

6. Bewaren van broedeieren.

Je kunt de eieren het beste bewaren in een ruimte waar de temperatuur ongeveer 10/14 graden is en waar de luchtvochtigheid niet te laag is. De kelder is bijvoorbeeld een prima bewaar plaats. Het bewaren van de broedeieren is het belangrijk dat ze elke dag gekeerd worden, dan plakt de dooier niet vast aan de schaal. Broedeieren kun je max. 14 dagen bewaren, daarna gaat de kwaliteit erg achteruit. Als je de broedeieren hebt vervoerd kun je ze het beste 24 laten rusten voor je ze in de broedmachine legt.

7. Broedmachine klaarmaken

Dit is misschien wel de meest gemaakte fout onder beginnende broeders
Voor je de eieren in de broedmachine legt is het belangrijk om te zorgen dat de temperatuur in de broedmachine is ingesteld op de juiste temperatuur en dat deze stabiel is. We adviseren meestal om de machine 4 uur te laten draaien voor de eieren er in mogen. Hierdoor heeft de broedmachine de kans om alles in de broedmachine te verwarmen tot de gewenste temperatuur. Als je de eieren in de broedmachine legt is dat een enorme massa om op te warmen. Hierdoor daalt de temperatuur in de broedmachine even. Het is heel belangrijk om niet aan de thermostaat te draaien om dit te corrigeren. Je kunt het beste rustig wachten tot de broedmachine zelf terug op temperatuur komt. Dit kan beste een paar uur duren.
Als je de broedthermostaat op dit punt bijstelt, gaat de temperatuur schommelen en misschien zelfs pieken, waardoor het ei zicht niet meer kan ontwikkelen en afsterft.

8. Luchtvochtigheid

Voor de enthousiaste broeder
Misschien heb je er al wel eens van gehoord, een broedei moet 15% in gewicht afnemen tijdens het broedproces. Gebeurd dit niet dan wordt de kans dat het kuiken uitkomt snel kleiner.
Veel mensen sturen de luchtvochtigheid tijdens het broeden op basis van de hygrometer. In de regel zou je kunnen stellen dat de eieren 15% afvallen als je de eerste 18 dagen broed met een luchtvochtigheid van 40-50% en de laatste 3 dagen met een luchtvochtigheid van 70%. Hoe meer de gewichtsafname afwijkt van 15%, hoe slechter de uitkomst zal zijn.
Van een bekende fokker hebben we een schema gekregen om de ideale gewichtsafname mee te bepalen. Door de eieren te wegen kun je precies bepalen of het ei meer of minder vocht nodig heeft. Deze methode wordt vooral gebruikt door top fokkers, om zo de uitkomst van moeilijke uit te broeden of kostbare eieren te bevorderen.
Hoe werkt het?
Naast deze 10 geheimen vind je in deze mail ook een speciaal broedschema. In dit schema kun je het start gewicht van het ei invullen, daarna rekent het schema uit hoe de ideale gewichtsafname er voor de rest van het broedproces uit zou zien.
Als je om de paar dagen het nieuwe gewicht op schema in te vult, kun je ernaast eenvoudig aflezen of de luchtvochtigheid in de broedmachine omhoog of omlaag moet. Wijst het smalle pijltje omlaag? Dan moeten er minder bakjes met vocht in de broedmachine. Wijst het smalle pijltje omhoog? Dan moeten er meer bakjes met vocht in de broedmachine.
Meestal vragen alle eieren het zelfde, of ze hebben meer vocht nodig of ze hebben minder vocht nodig. Het kan ook zijn dat je al precies goed zit, dan hoef je niks te doen.
Lijkt het je leuk om eens te kijken of je eieren genoeg gewicht verliezen? Naast deze sheet ontvang je in deze mail ook het schema om het gewicht in bij te houden. Je kunt de eieren natuurlijk wegen op een speciale eierweegschaal, als je een nauwkeurige keukenweegschaal hebt, kan dat ook al goed werken.
Vind je het schema lastig om te gebruiken? Dat snappen we helemaal. Je mag ons altijd bellen of mailen, dan leggen we het even rustig aan je uit.

9. De uitkomst

Je kunt kuikens die moeite hebben met het uit het ei komen beter niet helpen. Deze kuikens komen niet uit het ei omdat het zwakke broeders zijn. Als ze wel geholpen worden blijven het altijd zwakke kuikens/ kippen.

10. De eerste uren na uitkomst

Als de kuikens uit het ei zijn gekomen, kun je ze het beste in de broedmachine laten tot ze helemaal opgedroogd zijn. Dit duurt soms wel 24 uur. Daarna kunnen ze in een opfokkast of bak in 7 weken opgroeien tot grote kippen.
Als de opfokkast niet voorzien is van een ingebouwd warmte systeem kun je kiezen om de kuikens warm te houden met een warmtelamp of -plaat. De meeste fokkers gebruiken warmteplaten omdat het natuurlijker is voor de kuikens. Hieronder vind je de voordelen op een rijtje:
  • De platen geven geen licht af waardoor de kuikens een goed dag en nacht ritme ontwikkelen
  • De warmteplaat kan met de verstelbare pootjes zo ingesteld worden dat de kuikens met hun ruggetjes net de warme onderkant van de plaat aan kunnen raken.
  • De platen zijn veel energie zuiniger
Bij het gebruik van een warmteplaat is het belangrijk om minstens net zoveel ruimte zonder als met plaat te hebben. Bijvoorbeeld, als je een plaat hebt van 30x30 cm moet de bak minstens 30 x 60 cm zijn.
Je mag de pootjes van de plaat elke week omhoog zetten en de afstand tussen de onderkant van de plaat en de ruggen van de kuikens vergroten. Door dit te doen kunnen de kuikens langzaam wennen om zichzelf op temperatuur te houden en zo krijg je gezonde en sterke kuikens.